Vraag

Moet ik al fit zijn?

Nee. Maar de vraag verdient een langer antwoord, omdat hij bijna iedereen tegenhoudt en bijna niemand hem hardop stelt.

Waarom die vraag komt

Personal training klinkt als iets voor mensen die al sporten en het beter willen doen. Foto's van aanbieders laten vaak gespierde mensen zien die iets zwaars tillen. Wie op de bank zit en al jaren niets doet, denkt: eerst maar zelf een beetje op gang komen, dan een trainer. Dat is precies de verkeerde volgorde. Zelf op gang komen is het moeilijkste deel, en daar is een trainer voor.

Wat de eerste training werkelijk is

Een meting, geen test. De trainer laat een paar basisbewegingen zien en kijkt hoe je ze doet: door de knieën, een stap naar voren, iets duwen, iets trekken. De gewichten zijn licht of er zijn geen gewichten. Het uur eindigt niet met uitputting maar met een beeld van waar je staat. Alle drie de aanbieders zeggen het in hun eigen woorden: je hoeft niet fit te zijn om te beginnen, je wordt fit door te beginnen.

Iemand tilt een kettlebell van het gras tijdens een training buiten
Het gewicht wordt gekozen op wat jij vandaag kunt. De kettlebell die hier ligt is voor de een zwaar en voor de ander een opwarming.

Wat "niet fit" in de praktijk betekent

Buiten adem bij een trap. Niet van de grond kunnen opstaan zonder handen. Rugpijn na tien minuten staan. Dat zijn geen redenen om te wachten, het zijn de dingen waar de eerste weken over gaan. De meeste mensen die zo beginnen, merken binnen drie weken verschil op de trap en binnen zes weken bij het opstaan.

Er is één uitzondering: bij ziekte, een recente operatie of klachten waarvoor je onder behandeling bent, gaat de huisarts of fysiotherapeut voor. De aanbieders vragen daarnaar bij de kennismaking en verwijzen door als dat nodig is.